Post from a BIG admiror of my blog I suppose! ;^))

Please read the sickening news at: news.bbc.co.uk.
The whole official text from the Vatican.
The Dutch text.
Winter Haiku.
Drukste avondspits ooit.
DEN HAAG - Vrijdag 25 november 2005 staat voorlopig te boek als de dag met de langste avondspits in de historie van de Nederlandse snelwegen. Volgens de ANWB stond er rond zes uur in totaal 802 kilometer kilometer.
Foto: Johan Koolwaaij | Sommige mensen hadden in Enschede alleen al twintig minuten nodig om hun auto van de straat in het parkeervak te krijgen
De ANWB adviseert automobilisten vrijdag de weg niet op te gaan in het midden en zuiden van het land. Er staan diverse files van tientallen kilometers lang.
Op de A1 staat vrijdagmiddag in oostelijke richting een file van 70 kilometer lang. Volgens de ANWB is "er niet door te komen".
Foto: Gerco Aberson | Door de winterse omstandigheden staan de treinen en het verkeer stil. Mensen stappen uit de trein om lopend verder te gaan
Het is wel eens eerder voorgekomen dat het extreem druk was op de snelwegen in Gelderland, maar in die gevallen was dat in het hele land zo. "Dit is nog nooit eerder alleen in dit gebied gebeurd", aldus een woordvoerder.
Crisiscentrum
Politie, brandweer en andere hulpdiensten hebben in Apeldoorn een crisiscentrum ingericht. De hulpdiensten maken zich zorgen over automobilisten, van wie sommigen al sinds vrijdagmorgen vast zitten in een file ergens op de Veluwe.
Dat heeft een politiewoordvoerder vrijdag gezegd in een uitzending van Omroep Gelderland. De regionale zender blijft vrijdag twee uur langer dan normaal in de lucht om gestrande reizigers zo lang mogelijk op de hoogte te houden van de situatie in Gelderland. De uitzending duurt nu tot 21.00 uur.
Donker en koud
In de omgeving van Apeldoorn staan zowel op de snelwegen als op lokale en doorgaande wegen tientallen kilometers file. Op veel plekken zit het verkeer muurvast. Volgens de woordvoerder zijn de hulpdiensten vooral aan het zoeken naar een mogelijkheid om beweging in de files te krijgen. "Het wordt donker en het is koud. De toestand van mensen die stilstaan op Veluwse wegen, begint zorgelijk te worden", aldus de politiewoordvoerder.
Bron: nu.nl
Van Hal

Beste mensen!
Soms hoor je iemand zeggen: “Ik heb alles wat mijn hartje begeert”. In zo’n iemand is het verlangen tot rust gekomen. Maar er is een goede kans dat wanneer je hem of haar over enige tijd weer ontmoet hij/zij toch weer iets te wensen heeft. Want het verlangen zit diep in ons. Soms kijken we uit naar iets gewoons: dat mijn likdoorn weg is of dat ik weer eens een nacht goed door kan slapen.
Vaak zijn het heel diepe verlangens die heel ons bestaan raken: dat ik van mijn pijn af mag komen, dat ik niet meer zo bang mag zijn, dat ik van mijn onrust af mag komen, dat ik me niet meer zo eenzaam mag voelen of dat ik me vrij mag voelen. Uiteindelijk het verlangen dat ik gelukkig mag zijn, al was het maar een beetje. En dat ook al mijn medemensen van de wereld wat geluk en vrede mogen vinden.
In ons hart op het spoor komen van het Wonder van ons leven
De komende week voor Sinterklaas kloppen kinderhartjes. Maar ieder van ons heeft, denk ik, zijn eigen verlangen. Misschien is het niet eens zo duidelijk voor je waar je naar verlangt. Toch ziet ieder van ons er naar uit om gelukkig te zijn. Om bemind te zijn, je aanvaard te voelen, om een plek te vinden waar je veilig bent en je niets kan overkomen. Je verlangt eigenlijk naar iets dat niet te koop is, ja naar iets dat heel anders is dan de reclame ons aanbiedt als het hoogste geluk.

|
Advent,
tijd van verlangen |
Deze
week begint de Advent, de tijd van verlangen. Het is inderdaad goed
om dicht bij dat diepste verlangen in onszelf te komen, bij die
honger naar iets dat niet te omschrijven is. Om dan te ontdekken
dat we verlangen naar iets dat niet buiten ons maar in ons te
vinden is. Dat we in ons hart op het spoor komen van het Wonder van
ons leven, ons aangeraakt voelen door iets Liefdevols dat groter is
dan alle liefde op onze aarde. Dat ons diepste verlangen eigenlijk
een verlangen is naar God of welke andere naam je daar ook aan
geeft.
Met dit verlangen in ons willen we ons de komende Adventsweken
bezig gaan houden. En ook in de oecumenische vesperviering van
aanstaande zondag 5 uur die als thema meekreeg “Uitzien,
waarnaar?”
Ten
slotte...
Ik
zou best eens een gesprek met je willen hebben over wat er in jouw
hart omgaat en wat jouw diepste verlangen is. Misschien zijn het
heel concrete verlangens: dat je beter mag worden, dat je weer een
goede relatie met je partner of andere mensen zou vinden, of
misschien nog wel heel andere dingen. Door alles heen zouden we
wellicht samen ontdekken hoe al die verlangens een diepe grond
hebben die verder gaat dan wat op ons verlanglijstje staat. Dat we
samen daarin een glimp van God mogen ontmoeten. Dat wens ik je toe
als je ziek bent en naar beterschap of als er andere verlangens
branden in je hart.![]()
Hartelijk
groeten,
Brrrrrr........
KNMI verwacht overlast door wind en sneeuw
Weeralarm voor zeer zware windstoten: grote schade mogelijk
-Het KNMI heeft een Weeralarm uitgegeven voor zeer zware windstoten. In de loop van de nacht en vrijdagochtend ook tijdens de ochtendspits wordt overlast door zeer zware windstoten (tot 110 km/uur) en winterse buien met (natte) sneeuw en hagel.
De sneeuw kan in combinatie met de wind vooral in het verkeer tot problemen leiden. Aan de kust kan mogelijk een westerstorm (windkracht 9) komen te staan. Blijf de berichten volgen (zie verder lezen -actuele waarschuwingen.
24-11-05
| 24 november 2005 |
| Eerste uitgave: |
Waterkant, vroeger


Waterkant, vroeger
Dichtbij mijn maagre en geschonden knieën zat ik
en keek over het langzaam stromend water uit,
zonder te denken of te dromen.
Mijn hoofd stak nergens uit de tijd.
ik zag en was hetzelfde: dode katten
gesierd met lange witte tanden,
stijf, plat en grijnzend als een wajang-pop,
en ratten met hun vreesaanjagend laf gezicht
laag rennend uit hun grijze modderholen
en met korte plomp in ‘t water, dat verstolen
lacht en slikte en zijn plooien schikte.
Ook hagedisjes, roerloos als een hieroglyph,
maar achter de brokaten kopjes kloppend leven,
en plots verschietend - maar ‘t bewegen
is even star als was het niet gebeurd - .
Dichtbij de dovenetel, die niet steekt of geurt,
- op de blaadjes fijne haren als op een mensenoor -
Daar ging ik liggen en ik rook mijn eigen haren
en sterker gras en sterker nog de grond,
en merkte me gesloten ogen in de zon, dat ik bestond.
Maria Vasalis
En het werd stil voor het altaar, steeds stiller...
Hilversum (Van onze redactie) 23 november 2005 - Een Vaticaanse prelaat heeft gisteren tegenover het persagentschap Reuters delen voorgelezen uit het langverwachte curiedocument over het toelatingsbeleid van seminaries. Het Italiaanse dagblad Il Giornale wist anderhalve week geleden de hand op het document te leggen. De beide lezingen komen grotendeels overeen. Het document verschijnt naar verluidt op 29 november.
Gay-cultuur
Uit de teksten blijkt dat praktiserende homoseksuelen en mannen met “diepgewortelde” homoseksuele neigingen niet meer mogen worden toegelaten tot de priesteropleidingen en het gewijde ambt. Ook mannen die “steun geven aan de zogenoemde gay-cultuur” moeten worden geweerd.
Overwonnen neigingen
Het document, een instructie van de Congregatie voor de Katholieke Vorming, zegt tevens dat mannen van wie blijkt dat zij al tenminste drie jaar hun neiging tot homoseksueel gedrag “duidelijk overwonnen” hebben, wel welkom zijn tot de katholieke priesteropleidingen.
Diepgeworteld of voorbijgaand
De anonieme bron van Reuters las voor uit de officiële Engelstalige versie van het nog niet gepubliceerde document, dat bestaat uit 21 paragrafen. De tekst betreffende homoseksualiteit maakt een onderscheid tussen “diepgewortelde neigingen” en “de uitdrukking van een voorbijgaand probleem”.
Toezicht
De Congregatie voor de Katholieke Vorming schrijft dat seminarierectoren ernstig verplicht zijn er op toe te zien dat priesterkandidaten geen “blijk geven van stoornissen van seksuele aard die onverenigbaar zijn met het priesterschap”.
Plicht van biechtvader
Op een seminarie is kerkrechtelijk bepaald dat er een onderscheid moet bestaan tussen het forum externum (kwesties van uiterlijk gedrag) en forum internum (gewetenskwesties). Het is de rector van het seminarie uitdrukkelijk verboden om zich te begeven op het forum internum; dat is het terrein van een biechtvader of geestelijk leidsman. Over de laatsten zegt het document het volgende. “Als een kandidaat homoseksualiteit praktiseert of diepgewortelde homoseksuele neigingen vertoont, dan hebben zijn geestelijk leidsman én zijn biechtvader de plicht hem in geweten te overtuigen dat hij zijn weg naar de wijding niet moet voortzetten.”
Diaken
In het document wordt niet alleen gesproken over priesterkandidaten, maar ook over diakenkandidaten. “Om een kandidaat toe te laten tot de diakenwijding, moet de Kerk er onder meer zeker van zijn dat de kandidaat een staat van affectieve rijpheid heeft bereikt.”
Bron: http://www.katholieknederland.nl/actualiteit/nieuws/
En morgen kan ik 'm ophalen bij de bieb!!! ;^))
November
aan mijn esdoorn. Duizend andere zijn
rood geworden, alvorens dood.
Vergeten te kijken.
Vergeten gelukkig te zijn.
Nochtans had ik een tuin
waarin een stoel, en die stoel
had mij, en ik had een hand
en die hand had een glas
en mijn mond had meningen
Alles had.
Alles had ons.
Herman de Coninck
Weblog en zo.
door Iris Pronk
Hoe schrijf ik een weblog? Om die vraag draait aflevering 2 van deze tweede schrijfcursus in Trouw. Duizenden Nederlanders hebben een eigen hoekje op het internet, maar hoe lokken ze lezers? Bekende webloggers geven advies.
Literatuur is het niet, vindt schrijver Raymond van de Klundert (beter bekend als Kluun): ,,Eerder ’literette’.” Wim de Bie verzon ook een mooi woord voor het weblog, het online dagboek: ,,Ik noem het ’snelcolumnisme’. En ook wel: een eigen krantje maken.”
Weblogs zijn misschien nog vluchtiger dan kranten: ze zijn snel geschreven, snel gelezen en gauw weer opgelost in cyberspace. Daar zweven – tussen vele duizenden eendagsvliegen – ook snelcolumns die wél overleven.
Die van Wim de Bie bijvoorbeeld, verzameld op zijn eigen Bieslog ( http:/bieslog.vpro.nl). Maandelijks bezoeken 180000 mensen zijn virtuele achtertuin, waarin hij vertelt over zijn kippen die vermoord werden door een vos, over zijn padvinderijverleden en over het meisje Wiesje, dat hem in 1948 zo’n deftig liefdesbriefje schreef: ’Dat de liefde wederkerig moge zijn’.
Tip 1: Persoonlijk ja, privé nee.
Ook voor deze ontboezemingen heeft De Bie een eigen woord: ’autobieografisch’. Maar hij trekt wel een grens tussen privé (niet interessant, of: gaat niemand wat aan) en persoonlijk (wel geschikt voor Bieslog): ,,Ik test het op: is dit herkenbaar?”
Veel web- of lifeloggers maken deze fout: ze spuien volstrekt particuliere besognes op het net (kat verhaart, band is lek, kilootje aangekomen) en trekken zich van eventuele lezers niks aan. Maar De Bie zoekt óók naar het universele, in een onderwerp als ’mijn eerste herinnering’: ,,De lezer denkt dan: wat is míjn eerste herinnering?”
Tip 2: Vaak, kort, klein.
Niets zo treurig, zegt De Bie, ,,als een site die verlaten is, die leeg blijft. Mijn uitgangspunt is: het moet elke dag”. Hij zet dagelijks twee nieuwe teksten of beelden op zijn Bieslog, soms zelfs een filmpje.
Luie loggers verliezen lezers, breedsprakige vaak ook. Ervaren internetgebruikers weten dit allang: schermteksten moeten kort zijn. Schrijf dus kleine verhaaltjes met veel alinea’s en witregels, of een prikkelende vraag als deze: ,,Kun je een dealer die zowel coffeeshops als muziekzalen, dance-events en sportscholen bedient, nog wel een huisdealer noemen?” (Bieslog). Een actueel gedichtje mag natuurlijk ook: ,,Ik ween om musjes die worden doodgeschoten / Door dominosteentjes leggende idioten.” ( www.hannekegroenteman.nl)
Tip 3: Lanceer een verkiezing.
,,Je kunt mensen alleen dagelijks boeien door a) een ongelooflijk interessant leven te hebben en daar boeiend over te vertellen, of b) zo goed te schrijven, dat mensen sowieso alles willen lezen wat je schrijft,” zegt schrijver, blogger en Volkskrant-columnist Adriaan Jaeggi ( www.jaeggi.nl). ,,Dat laatste probeer ik.” Maar Jaeggi heeft ook nog iets anders verzonnen om lezers te binden: een tweetal verkiezingen. Binnenkort onthult hij op zijn site wat het mooiste woord is van 2005 (op de shortlist staan onder meer ’warempel’, ’schermutseling’ en ’dolk&rsquo
Logverkiezingen dringen soms door tot de ’oude media’, zo merkte Kluun (schrijver van de bestseller ’Komt een vrouw bij de dokter&rsquo
Tip 4: Kies een eigen taal & stijl.
Succesvolle weblogs hebben een heel eigen stijl, zegt weblogpionier Tonie van Ringelestijn, en vaak ook een eigen jargon: ,,Dat geeft een groepsgevoel: wij praten ons eigen taaltje.” Voor taalvernieuwer Wim de Bie is dat geen moeilijke opdracht; samen met Kees van Kooten bedacht hij al woorden als ’doemdenken’, ’arro’ en ’regelneef’, toen internet nog niet eens bestond. Op zijn weblog introduceerde hij onlangs de woorden Deta (Deense feta) en Dreta (Duitse feta), omdat nu blijkt dat alleen fetakaas uit Griekenland de naam feta mag dragen.
Maar ook populaire weblogs als www.retecool.com hebben hun eigen jargon, dat vaak in een weblogwoordenboek verklaard wordt: een ’bakkie pleur’ is koffie en ’tjekken’ is ’checken, lezen. Vaak gehoord als: Tjek dit!! (Lees dit!!), of Tjek die site dan! (Bekijk die internetpagina!).’
Tip 5: Wees exclusief.
Heel getalenteerde bloggers kunnen overal over schrijven – over ’mensvriendelijke wapens’, de overwinning van Guus Hiddink of de meisjes in hun leven – en tóch een eigen universum opbouwen. Zij hebben door hun taal en toon een eigen stem. Voor iets minder literaire of beginnende bloggers heeft Van Ringelestijn een advies: ,,Wees exclusief, specialiseer je in één onderwerp.” Wees kortom geen snelcolumnist, maar een blogautoriteit op het gebied van Gerard Reve, kerstverhalen, balkon-tuinieren of moderne Indiase dans.
Bloggende schrijvers
Misschien moet ik gaan ’mobloggen’, zo filosofeert schrijver Marcel Möring op zijn eigen site ( www.marcelmoring.com). Hij verwijst daarmee naar de virtuele fotohoekjes van vrouwen, die bijvoorbeeld hun eigen decolletés fotograferen met hun mobiele telefoons. Een moblog onderhoudt hij vooralsnog niet, maar wel (onregelmatig) een ’litlog’, een literaire weblog. Möring is een van de weinige professionele schrijvers op het net, waarop vele duizenden hobbyisten opereren. Schrijvers zijn om economische redenen niet zo dol op weblogs, zegt auteur en internetspecialiste Karin Spaink ( www.xs4all.nl/~kspaink): ,,Ze denken dat ze zichzelf in de vingers snijden”. Want over teksten op het net ontvangt de auteur geen royalty’s. Volgens Kluun is een weblog voor schrijvers juist commercieel interessant: ,,Het is toch een beetje: Kluun komt naar je toe. Het is ook een marketinginstrument.” Via www.kluun.nl houdt hij contact met zijn lezers, terwijl hij werkt aan een nieuw boek. Blogger Adriaan Jaeggi begrijpt wel waarom collega-schrijvers het net nog niet bestormen: ,,Een weblog slurpt nogal wat tijd op, als je niet oppast. Bovendien kost het een klein beetje technisch vernuft en kennis van de computer. En veel Nederlandse schrijvers zijn nog altijd erg trots, dat ze uitsluitend met de kroontjespen schrijven.” Er zijn inmiddels zoveel bloggers op het web, dat het moeilijk is om op te vallen. Maar het kan wel, zo blijkt uit de geschiedenis van Walter van den Berg. Die publiceerde een verhaal op zijn weblog www.vandenb.com en werd ontdekt als literair talent. Hij debuteerde in 2004 bij De Bezige Bij met zijn roman ’De hondenkoning’.
Bron: Trouw
Kabbala.
door Karin Daalderop
Zevenhonderd jaar geleden, in 1305, stierf Mozes de Leon, de gedoodverfde auteur van de Zohar – het belangrijkste werk uit de kabbala. Maar was deze Spaanse kabbalist ook daadwerkelijk de schrijver van de Zohar, zoals wetenschappers ons vertellen? Of was het Simon bar Yochai, een beroemd tweede-eeuws talmoedgeleerde, zoals hedendaagse kabbalisten nog steeds beweren?
De Zohar – het boek der Glans – is niet alleen het meest spraakmakende kabbalistische werk in onze tijd, maar ook het invloedrijkste. Er worden onderwerpen in behandeld als de geheimen van de schepping, de bestemming van de ziel, engelen en demonen, dromen, gelaatkunde en andere mysterieuze zaken. Maar de hoofdtekst volgt de lijn van de Pentateuch en bestaat voor een groot deel uit midrashim ( vertellingen), die commentaar leveren op de vijf boeken van Mozes.
De meeste hoofdstukken beginnen met een bijbelcitaat, waarop vervolgens commentaar wordt gegeven. Een soort platoonse dialoog, maar dan meer verhalend, en verweven met vreemde, wonderlijke gebeurtenissen. Naast talmoedgeleerden uit de 1ste eeuw zijn Rabbi Simeon bar Yochai en zijn zoon Eleazer vaste hoofdpersonen in de discussies. De taal van de Zohar is voornamelijk Aramees.
Zonder uitleg is de Zohar eigenlijk niet te lezen: het is een gesloten, mystieke tekst, waarvan de diepere inhoud alleen voor kabbalisten te doorgronden is – een geheimzinnig boek met verhalen die in wonderlijke gewaden zijn gehuld. Daardoor kan de schrijver zijn mystieke wijsheden verpakken en de eigenlijke inhoud, het onzichtbare lichaam onder de gewaden, verborgen houden. Alleen wie de sleutel heeft voor de decodering , begrijpt wat er onder ligt. Het is net als met de Bijbel zelf. Ook dat is een mystieke, kabbalistische tekst. Haar diepere geheimen zijn alleen toegankelijk voor kabbalisten, die de sleutel tot de mystieke waarheid in handen hebben.
Vanaf 1280 beginnen onderdelen van de Zohar in de wijde omtrek van Madrid te circuleren. Met name in Guadalajara, waar Mozes de Leon woont. Naar zijn eigen zeggen maakte hij kopieën van de originele tekst van de Zohar. Die verkocht hij vervolgens door aan vrienden en vertelde erbij dat het ging om teksten van een groot geleerde uit de oudheid. Dat was Simeon bar Yochai uit de 2de eeuw n. Chr.
Was De Leon inderdaad de kopiist, die hij beweerde te zijn, of was deze Spaanse Jood in werkelijkheid de echte auteur van de Zohar, zoals Gershom Sholem beweert?
Er is weinig over hem bekend. Vaststaat dat hij in Leon is geboren en later verhuisde naar Guadalajara en Valladolid, en dat hij zich aangetrokken voelde tot de ’moderne’ aristotelische filosofie, maar zich niet veel later ’bekeerde’ tot de kabbala.
Toen in 1291 de stad Acco in Israël door de moslims werd veroverd, ontvluchtte rabbi Isaac van Acco die stad en reisde naar Spanje om meer te weten te komen over de verspreiding en de auteur van de Zohar. Zijn getuigenis is bewaard gebleven in een geschrift van de latere kabbalist Abraham Zacutto, die Isaacs dagboek had gevonden. Ook toen al spraken de geleerden elkaar tegen over de oorsprong van de Zohar, zo blijkt uit Zacutto’s citaten uit het dagboek:
’Sommigen zeggen dat rabbi Simeon bar Yochai het boek helemaal niet heeft geschreven, maar dat rabbi Mozes [de Leon] de Heilige Naam kende en via haar kracht deze wonderlijke woorden heeft geschreven en ze voor veel goud en zilver heeft toegeschreven aan onze grote voorouders, zeggende: Ik heb deze woorden voor je overgeschreven uit het boek, dat door rabbi Simeon ben Yochai en zijn zoon Eleazer is geschreven.’
Vervolgens vertelt rabbi Isaac van Acco dat hij naar Valladolid ging en daar rabbi Mozes vond. Die zei: ’God mag ik weet niet wat met me doen als er op dit moment in mijn huis , waar ik woon in Avila, niet de oude boeken liggen, die door rabbi Simeon ben Yochai zijn geschreven. En als je me komt opzoeken, zal ik ze je laten zien’. Isaac gaat naar hem toe, maar rabbi Mozes blijkt onderweg te zijn gestorven. Hier en daar navraag doend, vertelt een betrouwbare rabbi hem: ,,Neem van mij aan, dat de Zohar nooit in het bezit is geweest van rabbi Mozes en in feite nooit heeft bestaan! Alles wat hij in dit boek schreef, schreef hij op grond van eigen kracht.’’
Keer op keer krijgt Isaac van Acco bij zijn naspeuringen tegenstrijdige berichten. Hij weet niet meer wie hij moet geloven en slaagt er niet in het raadsel op te lossen.
Simeon bar Yochai was een van de belangrijkste geleerden van zijn tijd. Ook over zíjn leven is weinig bekend, maar er doen opmerkelijke verhalen over hem de ronde. Zoals dat over zijn dertien jaar durend verblijf in een grot, na zijn vlucht voor de Romeinen. Op een dag zaten een paar rabbijnen bijeen en discussieerden over de Romeinse bouwwerken in Palestina. Een van hen prijst de Romeinse architectonische prestaties. Rabbi Simeon heeft daar een andere kijk op: ’Alles wat ze gebouwd hebben, hebben ze alleen gedaan voor hun eigen behoeften. Ze bouwden wegen en marktpleinen om er hun hoeren te installeren; ze legden badhuizen aan om er hun genoegens bot te vieren en ze bouwden bruggen om voor zichzelf het tolgeld te innen’. Op grond van zijn lasterlijke uitspraken werd hij ter dood veroordeeld.
Simeon, zijn zoon en enkele leerlingen vluchtten toen naar het dorpje Pekiin in het noorden van Israël. Daar verstopten zij zich in een grot; voor de opening bloeide een johannesbroodboom, waarvan de peulen zeer voedzaam zijn. Om hun kleding te sparen deden ze die uit en groeven zich tot hun nek in in het zand. Volgens de traditie heeft Simeon tijdens zijn verblijf in deze grot de mystieke kennis van de Zohar ontvangen.
Het is opmerkelijk dat Simeon bar Yochai tijdens zijn leven al schreef dat de Zohar 1200 jaar lang verborgen zou blijven, gerekend vanaf de verwoesting van de Tempel in Jeruzalem in het jaar 70 na Chr. Een rekensom leert dat de geheimen van de Zohar daarom pas vanaf 1270 naar buiten gebracht zouden worden. Maar die informatie kan natuurlijk ook door Mozes de Leon zijn toegevoegd.
Wetenschappers hebben eeuwenlang onderzoek gedaan naar de Zohar. Vooral het auteurschap bracht de gemoederen danig in beweging . Gershom Sholem kwam tot de definitieve conclusie dat de Zohar nooit het werk van Simeon bar Yochai kan zijn geweest. Volgens Sholem was het Aramees van de Zohar erg kunstmatig en kon het niet uit de tijd van Simeon bar Yochai (2de eeuw na Chr.) stammen. Naast kritiek op de taalkundige aspecten wees hij er ook op dat de schrijver kennelijk nooit in Palestina is geweest, omdat zijn landschapsbeschrijvingen veel meer doen denken aan de bergen van het Spaanse Castilië dan aan de bergstreken in Galilea. Juist dit soort kwesties maakte het volgens Sholem niet geloofwaardig dat Simeon bar Yochai de werkelijke auteur van de Zohar is.
Ondanks deze bezwaren blijft men in orthodoxe en kabbalistische kringen vasthouden aan het auteurschap van Simeon bar Yochai.
Hoe zijn deze visies te verenigen? Volgens de mystieke traditie kreeg rabbi Simeon van zijn leermeester rabbi Akiba de volmacht om de kabbala aan de volgende generaties door te geven. Na dertien jaar werd het manuscript verstopt in een grot in de buurt van het huidige Tsfat, waar Arabieren het enkele eeuwen later vonden.
Die waren ontzettend blij. Niet vanwege de grote ontdekking, maar vanwege het papier, waar groot gebrek aan was. Ze gebruikten het als verpakkingsmateriaal. Op een dag kocht een wijze van Tsfat een vis op de markt en ontdekte tot zijn stomme verbazing dat die in een onbetaalbaar document was verpakt. Direct daarna kocht hij alle overige papieren op en bracht ze samen in een bundel. Die bundel is de Zohar geworden. Daarna werd de tekst eeuwenlang in kleine groepjes bestudeerd totdat de inhoud Mozes de Leon bereikte en hij die prijsgaf aan de openbaarheid.
Aan het einde van de 20ste eeuw brak er een nieuwe fase aan en zou de Zohar voor een steeds breder publiek toegankelijk worden. Ook dat staat in de Zohar beschreven. Iedereen – Jood en niet-Jood, man en vrouw, jong en oud, al dan niet getrouwd – mag zich van nu af aan bezighouden met de Zohar. Via internet en studiegroepen over de hele wereld kan men er kennis van nemen. Ook dat is voorspeld. Ook in Amsterdam, bij het Centrum voor luriaanse kabbala, kunnen leken terecht.
Volgens kabbalisten heeft De Leon op de een of andere manier toegang gehad tot ouder materiaal. Hetzij via overlevering, hetzij omdat hij het zelf heeft gezien. Een andere mogelijkheid is dat Mozes de Leon een incarnatie is geweest was van Simeon bar Yochai of dat zijn ziel deel had aan de ziel van Simeon bar Yochai. In mystieke en orthodoxe kringen van het jodendom is dat geen uitzonderlijke gedachte. De zielen van de hele mensheid komen voort uit het totaal van 600000 zielen dat op aarde bestaat, en elk mens heeft deel aan de ziel van Adam. Alleen is niet iedere ziel van hetzelfde niveau.
Op deze manier kunnen de conclusies van Sholem overeind blijven en kan men toch volhouden dat Simeon bar Yochai de auteur/inspirator van de Zohar is geweest en De Leon de schrijver, compilator. Waarschijnlijk zal er nooit echt opheldering komen over de ware toedracht van deze kwestie en blijft het raadsel van de Zohar een mysterieuze zaak. Maar het belangrijkste is dat de inhoud van de Zohar nu voor iedereen binnen handbereik ligt.
bron: Trouw
De angst nooit meester - Soloreligieuzen door Anton van Harskamp
Wie zijn de soloreligieuzen en wat houdt hun religiositeit in?
Gebruikmakend van Jan Oegema’s appčl tot religieuze ’outcoming’: soloreligieuzen zijn mensen die het verkerkelijkte christendom verlaten hebben, maar toch nog steeds waarde hechten aan de mystieke traditie van datzelfde christendom. En het zijn mensen die uit literatuur hun religiositeit alleen construeren, ’onder de leeslamp’, terwijl ze toch enig verlangen hebben naar gezamenlijkheid.
En hun religiositeit? Het gaat om mensen die in plaats van het geloof aan een Vadergod daarboven, een besef hebben gekregen van het goddelijke als de eenheid of de samenhang van al wat ’leven’ is. En het gaat óók nog eens om mensen die die eenheid van het ’leven’ via de introspectie van het eigen innerlijk ervaren, én zich daarin onthechten van hun ego, kennelijk om bij een niet-zelf of een hoger of dieper ’zelf’ uit te komen.
Maar er ís wat met die soloreligieuzen. Want ze zijn bang, bang om voor hun religiositeit uit te komen. Ze dúrven niet wat Willem Jan Otten durfde, geeft Jan Oegema aan.
Maar: dat is niet juist! We moeten zeggen: de solo’s wíllen niet wat Otten durfde. Want Otten heeft het juist over een persoonlijke God, zelfs over een Vader die hem gevonden heeft. Ook heeft Otten in de katholieke kerk een ritueel thuis gevonden. En, om nog maar één ding te noemen: Otten schrijft en spreekt van kwaad, ook kwaad in hem, van zonde dus, én van zijn behoefte aan vergeving, een behoefte die voor hem een reden is om te leven in dat geloof aan een persoonlijke God. Nee, Otten is een anti-soloreligieus.
Is de soloreligiositeit bijzonder, uniek? Antwoord: nee, zeker niet.
In West-Europa, dat kleine stukje aarde dat door haar euroseculariteit een uitzondering is in een van religies bol staande wereld, is al vanaf de jaren zestig een beweging gaande van kerkverlating, maar? ook van voortbestaan, soms zelfs groei van vrij zwevende religiositeit.
Verder is er onder de vele mensen die nog wat met religiositeit hebben, een beweging gaande van afnemend geloof in een persoonlijke God, van een ’ontvaderend’ Gods- besef dus. En er is onder vele soorten gelovigen een groeiende populariteit te bespeuren van de gedachte van het goddelijke als Geest, of als levenskracht, of als energie.
Én er is een specifiek type van spiritualiteit onder ’vrijzwevenden’ aan het groeien, niet alleen bij Oegema’s soloreligieuzen, maar ook bij new agers, lezers van ’De Cursus in wonderen’, bezoekers van spirituele festivals, leden van Spiegelogische fanclubs, et cetera. Het is een spiritualiteit, die als focus het individuele ’zelf’ heeft – zoekt naar zelfkennis of naar vervolmaking van het ’zelf’ door zelfexpressie. Ze zoekt vanuit dat ’zelf’ vaak door ’ontlediging van, zeg maar, het plattere, alledaagse, verstandelijk ego’, een verbinding met anderen, de natuur (een neiging tot kosmische spiritualiteit). Daarnaast heeft ze een veranderlijke religieuze stijl. Waardoor deze vrijzwevenden zich niet storen aan de ideologische grenzen tussen tradities, waardoor ze ook ideeën, symbolen, metaforen van hun eigen religiositeit niet absoluut nemen, en de ene overtuiging of het ene symbool heel gemakkelijk kunnen inruilen voor een andere.
Kortom, op een breed terrein groeit een spiritualiteit die veel van doen heeft met die van de soloreligieuzen.
Hoe de soloreligiositeit te beoordelen?
Laat ik aanknopen bij een gedachte van Jan Oegema die hij ontleent aan zijn leidsman, Simon Vestdijk. Die gedachte komt erop neer dat de ’voltooide’ soloreligieus, die dus niet meer bang is, een hogere mate aan integratie heeft, dat wil zeggen - citaat – meer ’in balans is met zichzelf en de wereld om hem heen’, dan, bijvoorbeeld, traditionele christenen of ’ethische’ christenen.
Een geďntegreerd persoon zijn is voor Vestdijk, én voor Oegema, én voor de echte soloreligieus dus, iemand die in zijn of haar gedrag en in de voorstelling van de werkelijkheid een eenheid tot stand heeft gebracht tussen subject en object, tussen zichzelf en de wereld. „Iemand die een bloem heel duidelijk voor zich ziet”, schrijft Vestdijk, „is als het ware met die bloem geďntegreerd.” En dit geďntegreerd-zijn is ook het geval wanneer de mystiek- introspectieve persoon zichzelf als object van beschouwing heeft.
Maar waarom is dat in balans met zichzelf en de wereld zijn zo nastrevenswaardig? Het antwoord van Vestdijk én Oegema is dat de geďntegreerde soloreligieus meester is over het eigen geloof; niet slaaf van dat geloof. De soloreligieus wil meester zijn, zo mogen we zeggen. In een traditionele gelovigheid kán dat niet, daar is kortweg gezegd God ’de’ meester, of de kerk, of andere geestelijke machten.
Maar is daar wat mis mee? Ja.
Heel wat gelovigen zullen zeggen dat kenmerkend voor religieus geloof juist is dat men zich géén meester voelt, dat het geloof je meesterschap juist op het spel zet. Désanne van Brederode schreef pas: „Iemand zet zich, door te geloven, op het spel. Je gaat een verbond aan dat in wezen een eenzijdig verbond is – het is volgens mij je reinste hovaardige flauwekul te denken dat Jezus, God of welke hoge pief dan ook – ik voeg toe: de Geest of de levenskracht of de energie – akkoord gaan met jouw contract’.
Heel wat godsdienst- en cultuurpsychologen zullen aangeven dat achter de wil tot meester-zijn vermoedelijk gevoelens van existentiële onzekerheid en angst zullen liggen, die dus ’overdekt’ worden door de wil tot beheersing.
En (sommige) theologen zullen aangeven dat juist dat ’in balans zijn’ met zichzelf en met de wereld aanduidt dat deze religiositeit zich aanpast aan ’de wereld’, en precies past in het culturele klimaat, waarin een nietszeggende en niet tot handelen leidende spiritualiteit populair is. Zij menen dat in de christelijke religie aangenomen wordt dat individuen níet in balans zijn met zichzelf, ook dat de wereld níet ís zoals ze moet zijn.
Oudere theologen zouden kunnen zeggen: ’ik’ ben niet in balans, de wereld is niet in balans, omdat de zonde werkt: ’ik’ moet nog verlost, ik moet nog veranderd, de wereld moet nog veranderd, dat is: met gerechtigheid vervuld.
Ik sluit af met stellingen.
Soloreligiositeit heeft een familiegelijkenis met nieuwetijdsachtige spiritualiteit. Ze heeft een antichristelijke spits. En: de nog niet voltooide soloreligieuzen zijn bang. Dat zullen ze altijd blijven, zolang ze toegeven aan de wil om meester te zijn over hun eigen geloof, want die wil verraadt bangheid. Zij zijn daarom niets anders dan ’de bange meesters van hun eigen geloof’.
Anton van Harskamp is hoogleraar Religie, identiteit en Civil religion aan de VU.
bron: Trouw
Pastor Van Hal.
Het duurt nog even voor het feest van Driekoningen er is. Maar toch wil ik u dit keer al een Driekoningenverhaal vertellen omdat het precies past bij de evangelielezing van dit weekend.
Het is een oude Russische legende die vertelt over een vierde koning die met de andere drie de ster volgde op weg naar de nieuwgeboren koning. Hij had een duur geschenk meegenomen. Onderweg vonden ze een koopman die door rovers was overvallen. De andere koningen waren bang de ster uit het oog te verliezen en gingen door.
Je komt bij Christus uit als je je hart laat spreken
Maar de vierde koning ontfermt zich over het slachtoffer en verzorgt hem op zijn kosten in de herberg tot hij drie dagen later in zijn armen overlijdt. Hij begraaft hem en trekt dan verder. Hij komt vijf arme weeskinderen tegen die hij de rest van zijn schat geeft. Op de slavenmarkt ontmoet hij een radeloze moeder wier zoon als slaaf verkocht gaat worden. Omdat hij niets meer heeft dan zijn eigen leven, stelt hij zich in de plaats van die zoon beschikbaar en werkt vele jaren op een slavenschip totdat hij bij een overval door piraten vrijkomt. Hoewel het al 30 jaar geleden is dat hij zijn reis begon gaat hij toch nu weer verder.

|
Christus
Koning |
Op
de dag voor Pasen komt hij in Jerusalem aan. Hij ziet Jezus op zijn
kruisweg. Ze kijken elkaar aan en de vierde koning is van zijn
stuk. Hij herkent het gezicht! Het is het gezicht van de koopman,
van de vijf weeskinderen en van de jongeman die als slaaf verkocht
zou worden. Hij gaat de kruisdrager achterna en als hij dan op
Golgotha op het kruis ziet staan “Jezus van Nazareth, koning
der joden” dan beseft hij dat hij degene gevonden heeft naar
wie hij zo lang onderweg was.
Je komt bij Christus uit als je je hart laat spreken en het goede
doet dat je hart je influistert. Goedheid, liefde en dienstbaarheid
zijn de wegen naar God.
Soms zou je denken dat er in onze wereld alleen maar egoďsme is en
dat de mensen alleen maar aan zichzelf denken. Maar ik weet dat er
in ons midden ook mensen zijn als de vierde koning.
Mensen die alles over hebben voor hun medemensen. En die dan ook
ervaren hoe het je gelukkig maakt als je helemaal voor je
medemensen klaar staat zonder iets terug te verwachten.
Dit weekend horen we in de kerk hoe Jezus op deze manier koning
wilde zijn. En je zelf een koningskind bent als je in zijn
voetsporen gaat. Of, zoals ik ooit eens las: “God heeft geen
andere handen dan de onze”.
Ten
slotte...
“Ik
ben wel goed maar niet gek”, hoor je nog wel eens zeggen. Ik
probeer me dan een andere zin voor te houden: “Ik wil
proberen zo goed te zijn dat het te gek is”. Helaas merk je
dan hoe beperkt je bent ... Iedereen kan echter die vierde koning
navolgen. Ook als je ziek bent of zelf hulp nodig hebt. Al was het
maar één vriendelijk woord naar een medemens. Veel sterkte
toegewenst als je ziek bent of tegenslagen te verwerken
hebt.![]()
Hartelijk
groeten,
Frits Weeda - Fotograaf zonder camera.

Zeven jaren slechts heeft Frits Weeda gefotografeerd. Van 1958 tot 1965 legde hij de schaduwzijde van Amsterdam vast. Tot het ineens over was met de fotografie, en hij de camera afzwoer. Veertig jaar later gaat regisseur Marc Schmidt in Het Uur van de Wolf op zoek naar het waarom van deze beslissing. Fotograaf Frits Weeda (1937) is nauwelijks bekend bij het grote publiek. Geheel ten onrechte: zijn werk is prachtig, toegankelijk én interessant, maar het is vooral ook anders dan dat van zijn tijdgenoten. Zelden is het gevoel van weemoed in de Nederlandse fotografie zo sterk tot uitdrukking gebracht als door Weeda in zijn documentatie van Amsterdam uit de jaren 1958 tot 1965. Juist door deze beperking in tijd en plaats is zijn oeuvre bijzonder. Waar de meeste Amsterdamse foto's uit begin jaren '60 optimisme en vooruitgang ademen, zoals bredere verkeerswegen en ruim opgezette nieuwbouwwijken, fotografeert Weeda de andere kant: afbraak, vervuiling, parkeerproblemen, sloop van oude stadswijken en de teloorgang van natuur en dorpjes aan de rand van de stad. Weeda laat het Amsterdam zien in de schaduw van de nieuwe welvaart. Ook met Frits Weeda zelf gaat het langzaam bergafwaarts. De donkere tonen van zijn foto’s zijn een afspiegeling van zijn gemoedstoestand, die hem uiteindelijk in een inrichting doen belanden. In 1965 is het ineens over met de fotografie. De documentaire poogt een antwoord te geven op de vraag waarom Frits Weeda, wiens levensverhaal zo dramatisch en kleurrijk is en zo met zijn foto’s verweven, stopte met fotograferen. Scenario & regie: Marc Schmidt; Research: Beatrijs Bergmans; Camera: Joost van Herwijnen; Geluid: Diego van Uden; Montage: Erik van de Belt; Idee & productie: Joop de Jong / Diafragma Films Deze documentaire is mede mogelijk gemaakt door een bijdrage van het Rotterdams Fonds voor de Film en audiovisuele media.
woensdag 16 november 2005 om 21.00 uur bij de NPS op Nederland 3
Pastor Van Hal.

Beste mensen!
Soms hoor of lees je iets dat je treft. Zo las ik een dezer dagen: “Dit is de hele kunst van ons leven: onze eigen maat te vinden en leren kennen en waarderen. De hele kunst in onze omgang met onszelf en met elkaar bestaat immers hierin dat we elkaar het gevoel laten krijgen dat wij goed zijn zoals we zijn, dat dit in Gods ogen volkomen terecht en juist is. Meer is niet nodig om gelukkig te zijn, om čcht te leven, om met onszelf vrede te vinden en op een dag voor God te kunnen staan in vol vertrouwen en zonder angst”. Woorden van Eugen Drewermann.
We dragen allemaal een grote rijkdom mee
Als we om ons heen kijken zien we altijd wel mensen die meer geld hebben en allerlei andere dingen meer hebben dan wijzelf. Maar ook mensen die intelligenter zijn dan wijzelf, die er beter uitzien dan ikzelf, die veel leuker kunnen omgaan met anderen, kortom mensen die meer talenten hebben dan ikzelf. En misschien zien we ook wel mensen die juist veel minder hebben dan ikzelf. Mensen die verstandelijk gehandicapt zijn of anderen bij wie alles mislukt wat ze ondernemen. Ja, we zijn vaak aan het vergelijken met onze medemensen en vinden ons dan beter of slechter dan anderen.
Het is dan een hele kunst om jezelf te aanvaarden zoals je bent en ook je medemens te aanvaarden zoals hij of zij is. Dat het goed is zoals je bent en dat het niet nodig is om je te vergelijken met medemensen. Want we dragen allemaal heel iets groots mee. Zelfs de meest gehandicapte of “mislukte” mens is een groot wonder. We dragen allemaal een grote rijkdom mee. Want ons leven is voor geen miljoenen ergens te koop. Ik heb het voor niets gekregen, zo maar.

|
Tevreden
met jezelf |
Als
je dit tot je door laat dringen komt er echte vrede over je heen.
En dan denk je: met dat grote geschenk van mijn leven wil ik iets
goeds doen. Je dankbaarheid kun je het beste laten zien als je met
je talenten, hoeveel of hoe weinig ook, iets goeds doet. Het doet
er dan in Gods ogen niet toe of je rijk bedeeld bent of niet. Je
bent even belangrijk. Dat zie je ook om je heen. Ik hoor het
bijvoorbeeld vaak van ouders met gehandicapte kinderen.
Ze vinden het jammer dat hun kind niet kan wat de andere kinderen
kunnen, maar tegelijkertijd zeggen ze ook hoe hun kind hen zoveel
geeft. De geleerde Henri Nouwen heeft zelfs een boek geschreven
over een dubbel gehandicapte man die hij verzorgde .Daarin vertelt
hij dat hij van die man meer geleerd heeft dan op alle
universiteiten waar hij was! Het gaat er om of je je ogen kunt
openen voor de rijkdom die er in elke mens is. Jezus stond helemaal
open voor het wonder in elke mens.
Dit weekend horen we daarover in de kerk als Hij het verhaal
vertelt over de talenten.
Ten
slotte...
Ik
ontmoet nogal eens mensen die ontevreden zijn over hun leven. Vaak
begrijp ik dat ook wel omdat er veel mis is gegaan wat bij anderen
als vanzelf goed gaat. Dan hoop ik dat je het wonder kunt zien dat
jezelf bent en jezelf kunt leren aanvaarden. En vooral dat je
mensen mag ontmoeten die jou je eigen waarde laten zien en laten
ervaren. Veel sterkte wens ik je toe als je ziek bent of als
tegenslagen zich opstapelen in je leven. Alle goeds en vrede!
![]()
Hartelijk
groeten,
Uit de Tubantia van 10 november 2005.
Door Natasja Wilberink
HENGELO - De invalide Henk Moes creëerde woensdag een verkeerschaos. Met zijn scootmobiel reed hij midden over de weg van zijn woonplaats Enschede naar de UWV-vestiging in Hengelo, om daar te vechten voor zijn rechten. ‘Ik wil kunnen leven.’

|
(foto ANNINA ROMITA) |
||
Aan de hand van papieren laat Moes zien wat hij per maand krijgt aan WAO-uitkering en wat hij moet betalen aan huur. ‘Dan blijft er nog 4,19 euro over om van te leven’, vertelt de Enschedeër. ‘Het water staat me tot aan de lippen. Ik krijg elke dag een vloedgolf over me heen. Ik vecht voor mijn rechten. Ik heb toch niet gevraagd om deze ziekte.’
De gehandicapte Moes loopt al langer met het probleem dat hij te weinig geld krijgt. Dit is de derde keer dat hij bij het UWV op bezoek gaat. Volgens zijn vriendin wordt hij elke keer van het kastje naar de muur gestuurd. ‘Ze zeggen dat het goed is, maar dan is er nog niets veranderd. En Henk valt op deze manier van het ene gat in het andere. We willen gewoon dat hij als mens behandeld wordt.’
In de hal van het UWV-gebouw in Hengelo wordt Moes begripvol ontvangen. Erik van Lenthe, manager arbeidsgeschiktheid bij het UWV, nodigt de Enschedeër uit om de zaken eens rustig te bespreken in een kamertje. ‘We gaan nu kijken wat het probleem is en hoe we dat kunnen oplossen. Hopelijk gaat die strop er dan af’, aldus Van Lenthe.
Moes is blij dat er nu eindelijk naar hem geluisterd wordt. ‘Ik kom niet met kwade bedoelingen, ik kom alleen voor mijn recht.’
Na ongeveer drie kwartier zijn Van Lenthe en Moes er samen uitgekomen. Van Lenthe: ‘We hebben een goed en open gesprek gehad. We zijn het eens dat meneer Moes niet kan leven van deze uitkering. Hij krijgt nu een voorschot en we gaan kijken hoe dit structureel geregeld kan worden in de toekomst.’ Moes is ontzettend opgelucht en heeft de strop inmiddels van zijn nek gedaan. ‘Ik hoop dat het nu verder geregeld wordt. Ik ben blij dat er nu mensen naar mij geluisterd hebben.’
Samen met Van Lenthe haalt Moes de borden van zijn scootmobiel. Moes gaat dan ook niet over de weg terug naar Enschede, hij neemt gewoon het fietspad.
BLITZBRIV
't Is maar dat je het weet... ;^))
De meest gemaakte fout is om meteen een foto te maken zodra je iets interessants ziet. Met die impuls als zodanig is niks mis, maar even verder zoeken naar het ideale standpunt geeft meestal betere resultaten. Zak eens door je knieën voor een verrassend kikvorsperspectief, of probeer juist een hoger standpunt uit voor een weidser overzicht. Door iets op de voorgrond mee te fotograferen, krijg je nét even meer diepte in je foto! Die diepte krijg je trouwens ook door in je kadering op jacht te gaan naar meer dynamiek in helderheid en kleur. Licht- en kleurcontrasten maken een opname extra spannend. In noodgevallen kun je achteraf wat 'bijpoetsen' met behulp van een beeldbewerkingsprogramma.









